Ga naar de inhoud van deze pagina Ga naar het zoeken Ga naar het menu
Vorige pagina

Toezeggingen

2026-TZ-5 Berekend bedrag voor windturbines

ID
235
Onderwerp
2026-TZ-5 Berekend bedrag voor windturbines
Toezegging
De informatie over hoe het bedrag is berekend voor windturbines wordt toegezonden.
Agendapunt (koppeling 1)
Commissie Omgeving 2026 (10. Vaststellen Regeling kwaliteitsverbetering landschap Land van Cuijk 2026)
donderdag 22 januari 19:30 tot 22:38
1.22| Commissiezaal
Agendapunt (koppeling 2)
Raadsvergadering 2026 (18. Vaststellen Regeling kwaliteitsverbetering landschap Land van Cuijk 2026 (bespreekstuk))
donderdag 5 februari 19:30 tot 0:00
0.33 | Raadzaal
Portefeuillehouder
Wethouder Mark Janssen
Medewerker
Team
  • Ruimtelijke Ontwikkeling
Deadline
02-02-2026
Afgedaan
Afgedaan
Afgedaan op
02-02-2026
Afgedaan middels
Informatie van het college verwerkt (toezegging commissie)
RIS nummer
Toelichting/Reactie
Toelichting/reactie (veel tekst)
Beantwoording: De tegenprestatie voor windturbines vindt zijn basis in Brabantbrede afspraken. Deze zijn letterlijk overgenomen in de aan uw raad voorgelegde Regeling kwaliteitsverbetering landschap LvC 2026. Overigens is deze tegenprestatie niet gewijzigd ten opzicht van de nu geldende Regeling uit 2023. Bij de realisatie van windturbines in het landelijk gebied is een gangbare werkwijze ontstaan waarbij de te leveren inspanning voor kwaliteitsverbetering landschap is bepaald op een eenmalige bijdrage van € 15.000 per MW opgesteld vermogen. De provincie geeft de volgende onderbouwing van het bedrag: Omdat de plaatsing van windturbines een maatschappelijk doel dienen en vanuit het Rijk subsidie wordt verleend voor de onrendabele top van dergelijke ontwikkelingen is het voorstelbaar om een lagere basisinspanning dan 20% van de waardevermeerdering te rekenen. In dat kader is destijds voorgesteld om 7,5% van de grondrente per MW per jaar te rekenen. Een lager percentage is niet reëel bevonden, omdat ook rekening mee moet worden gehouden dat windturbines, in vergelijking met andere ontwikkelingen, een grote impact hebben op de omgeving. In gesprekken met accountants lijkt een dergelijk percentage van de grondrente te leiden tot een voor Brabant reëel bedrag, welke in verhouding staat tot de inkomsten per MW vermogen waarop jaarlijks gemiddeld kan worden gerekend en er niet toe leidt dat een project, op basis van de verplichte landschapsinvestering, niet door zou kunnen gaan. Uitgaande van een grondrente van € 10.000,=/MW/jaar en een basisinspanning van 7,5% van dit bedrag, betekent dit een bijdrage in landschapsinvestering vanuit windturbines van € 750,=/MW/jaar, gedurende de tijd dat deze turbines er ook daadwerkelijk staan. Gemeenten geven er veelal de voorkeur aan om, in plaats van een jaarlijks bedrag, een bedrag in één keer uitbetaald te krijgen. Dit heeft als reden dat hierdoor projecten in het buitengebied ook in één keer gefinancierd en gerealiseerd kunnen worden. Voor het bepalen van de afkoopsom moet er overeenstemming zijn over de duur dat het vastgestelde bedrag moet worden betaald. De meeste fabrikanten geven voor hun turbines een technische levensduur van 20 jaar. De tegenprestatie is daarom bepaald op een eenmalige bijdrage van 20 x € 750 = € 1500 per MW.
Bijlage(n)